|
ORIGINAL FANCLUB | .NO.NOISE.LOW.
EIGEN KOMPAS Tekst: Ronald Besemer 24 juli 2010 | KINDAMUZIK Op het hoogtepunt van de golf van americana-bandjes in muziekstad Utrecht, was daar de eigenzinnige en veelal onzichtbare, vanuit huiskamer en kroeg opererende Joop Nolles. Een man over wie men het niet eens kon worden: was dit de talentvolle, Nederlandse Howe Gelb of een rommelaar met een matige zangstem? Inmiddels is de Utrechtse americana overgewaaid en gaat het in de Domstad om de scene rond Kyteman en Pax en om kwetsbaar talent als I Am Oak. Tegen die context werkt Nolles stug door. Hij heeft zich nu geheel vernoemd naar zijn band, The Original Fanclub. Maar zijn bronnen zijn dezelfde gebleven, Nolles' stijl is nog steeds een tikje excentriek en zijn zangstem blijft heus vragen oproepen. .No.Noise.Low., een minilangspeler of ep, is met zekerheid de toegankelijkste plaat van Nolles. Alleen al omdat het werkstuk vaart heeft, uptempo is. De begeleiding laat de luiheid die in Nolles ingebakken zit, als het woestijnzand in Howe Gelb, niet te gek worden. Met behoud van het goede, lees de landerigheid die bij Nolles hoort en de licht excentrieke uitspattingen, maakt iedereen er op dit schijfje het beste van. Het wordt met zekerheid nooit de plaat die Giant Sand had moeten maken. Geven we die ambitie op en sluiten we zelfs de oren voor enkele houterige passages, dan is .No.Noise.Low. opnieuw een levensteken van een dwarse muzikant die helemaal op zijn eigen kompas vaart. Hulde daarvoor.
KINDAMUZIK juli 2007 Liedjes met vreemde streken. Joop Nolles, zelfverklaard singer-soundwriter te Utrecht, levert met The
Original Fanclub vol. 3 zijn beste plaat tot dusver af. Met wisselende
muzikanten speelt Nolles zijn platen vol. Op podia in de Domstad of daarbuiten
wordt hij weinig gesignaleerd. Nolles' soundscapes weerspiegelen niets anders
dan de binnenkant van zijn eigen hersenpan.
Wereldvreemd kun je Nolles niet noemen. Hij kent zijn klassieken en plaatst hier
en daar een slim citaatje. Zijn inspiratiebron is Howe Gelb, het zandvretende
genie uit Tucson, Arizona. Nolles covert hier 'Shiver' van Giant Sand op een
eigenaardige wijze die Gelb waardig is. Ook prefereert de Utrechter, net als
zijn voorbeeld, vreemde wendingen boven vaste structuren en gaat sfeer bij hem
boven het liedje.
Vocaal is Nolles erop vooruitgegaan vergeleken met zijn eerste twee platen.
Wellicht een kwestie van het goed mixen van de stem. Maar de luisteraar bij de
strot grijpen, zal de zanger Nolles nooit doen. Hij moet het hebben van de
vervreemdende streken van zijn liedjes die met een been in het americana-genre
staan en met het andere als een wilde trappelen om vrij te kunnen zijn.
(Ronald Besemer)
PLATOMANIA 232 juli 2007 The Original Fanclub vol.3 Zou de goede man, zo duidelijk zonder artiestennaam, met deze titel ironisch bedoelen dat hij, nu hij bij zijn derde -verrassing- plaat is aanbeland het idee krijgt dat hij voor eigen parochie preekt? Mocht dat zo zijn dan is dat gezelschap ééntje waarvoor wij beslist onze voet voor tussen uw deur willen zetten, want wij behoren al vanaf debuutplaat Swim Baby Swim tot de Joop-evangelisten. Opvolger Swilk, met Theo Arp eveneens op de hoes als uitvoerende terwijl hier slechts genoemd in de euh, lijst met namen ergens aan de binnenkant van de overigens zeer originele verpakking -die qua creativiteit aan Kift-achtige handenarbeid doet denken- waren echter meer soundscapes dan liedjes en oh, wat is Nolles daarmee vergeleken verdomd catchy geworden zeg! Voor zijn doen dan, want praktisch elk liedje met uitsluitend uit één woord bestaande titel heeft een of meerdere twisten zonder die vloeiende aantrekkingskracht geweld aan te doen. Als afsluiter vertolkt Joop Giant Sand’s Shiver, een goede indicator voor het voorgaande waarin wij onder meer vleugjes Elliot Smith, Crowded House en Pixies hoorden. Onder véél meer, bedoelden we. Tijd voor een landelijke fanclubdag?
(Albert Jonker)
VPRO 3VOOR12 UTRECHT april 2004 Swilk Je ziet het direct voor je: twee mannen van middelbare leeftijd die 's avonds op zolder, naast een ronkende wasmachine, aan liedjes werken. Want hoe anders kan een cd als Swilk zijn ontstaan? Joop Nolles en Theo Arp laten 9 simpele deuntjes horen, omrand door een zorgvuldig afgepast sferisch behang. En juist dat is wat deze plaat bijzonder maakt: de inventieve arrangementen. De liedjes op zich zijn niet bepaald sterk, maar de warme mix van klikjes, orgeltjes en geluidsfragmenten trekt de plaat naar een veel hoger plan. Swilk klinkt als een bad dat langzaam vol loopt, of wakker worden terwijl het buiten onweert, en is dan ook het best 's-avonds te beluisteren, in alle eenzaamheid. Sluit alle ramen en deuren, hoorn van de haak: je zou iets kunnen missen. In krap 25 minuten wordt de luisteraar meegevoerd door verschillende geluidslandschappen, die vaak langzaam in elkaar overvloeien. Het is alsof je door een huis loopt, en steeds weer een nieuwe ruimte betreedt. Slechts hier en daar duikt een zangpartijtje op. Nolles en Arp zijn het ene moment gedreven bezingers van onmogelijke liefde, het andere moment spreken zij de luisteraar bezwerend toe als waren ze eigentijdse medicijnmannen. Nolles en Arp zijn beide geen wereldzangers, maar toch weten ze wel hoe je een simpel melodietje kan laten klinken als een doodskreet. Joop Nolles en Theo Arp hebben getracht een spannend en sfeervol album neer te zetten, en toch blijft de plaat vaak iets teveel hangen in geneuzel. Er zijn te weinig echte hooks om het album over de gehele duur interessant te houden. En dat is jammer voor een plaat die zoveel nieuwe wegen verkent. Wat blijft is een ingetogen bouwwerk van gedachten en sferen, dat nergens een hoogtepunt bereikt, maar immer een warm gevoel van melancholie nalaat. Een levensloop in 25 minuten. Het duo speelt met sfeer en met het gemoed. Een bijzondere luister-ervaring.
GUN MAGAZINE maart 2004 Swim Baby Swim Soms valt er wel eens een cd in de GUN-brievenbus waarvan niemand precies weet wat-ie ermee aan moet. Swim baby swim van Joop Nolles is zo'n plaat. De muziek roept associaties op met Bauer en Spinvis, vooral omdat er een soortgelijk gevoel voor huisvlijt, experimenteerdrift en vocaal minimalisme vanaf straalt. In veel nummers weet Nolles door het gebruik van samples en zijn monotone voordracht een vervreemdende sfeer op te roepen. Come is meer een rechttoe-rechtaan liedje; Nolles' gitaarsolo is overduidelijk geïnspireerd door Neil Young, wiens Love is a rose hij op deze cd ook covert. Maar als Joop Nolles Neil Young covert klinkt dat als jaren 30-bluegrass, inclusief slidegitaar. De meeste liedjes op deze cd duren korter dan 3 minuten en zijn daardoor nogal schetsmatig. Na een fiks aantal draaibeurten weet ik nog steeds niet helemaal wat ik van Swim baby swim moet vinden, maar het staat vast dat er een publiek is voor deze experimentele, associatieve muziek. Ik vermoed dat de muzikale hersenspinsels van Joop Nolles het best tot hun recht komen in donkere en rokerige zolderkamertjes, met legale en minder legale genotmiddelen binnen handbereik… (LG)
|